Werkwijze
Met ruim tien jaar ervaring binnen de geestelijke gezondheidszorg kijk ik niet vanuit labels of stoornissen, maar vanuit wat iemand heeft gevormd. Veel klachten zijn geen defecten, maar overlevingspatronen die ooit nodig waren en, maar in de weg zitten.
Mijn benadering is gericht op inzicht krijgen, begrijpen waar klachten vandaan komen, zodat je de overlevingsstand kunt gaan loslaten. Vanuit rust ontstaat weer ruimte voor richting in werk, relaties en het eigen leven.
Maar… dat gaat niet vanzelf. Daar is inzet, doorzettingskracht en moed voor nodig.
Veel mensen die normaal lijken te functioneren, ervaren stress, zijn uitgeput of krijgen steeds het gevoel dat het leven niet meer klopt. Vaak functioneren ze nog net naar buiten toe, maar van binnen lopen ze leeg en staan op het punt om te vallen.
In leer ik je kijken naar je gedrag en gevoelens van nu, door de lens van toen. Niet om te blijven hangen in het verleden, maar om te begrijpen waarom je onderbewuste doet wat het doet, om uiteindelijk te kunnen veranderen..
Vanuit dat inzicht ontstaat ruimte. Ruimte om de overleving achter je te laten en je leven vorm te geven vanuit keuzevrijheid, regie en verantwoordelijkheid.
In een eerste gesprek onderzoeken we samen of deze manier van werken bij je past.
Voorbeeldcasus
Een man van midden dertig meldde zich met langdurige klachten van innerlijke onrust, concentratieproblemen en het gevoel voortdurend ‘aan’ te staan. In eerdere trajecten was gesproken over mogelijke ADHD- en angststoornissen, zonder dat dit voor hem tot herkenning of verlichting had geleid.
In de gesprekken werd duidelijk dat hij was opgegroeid in een gezin waarin weinig ruimte was voor emotionele afstemming en waarin hij al jong verantwoordelijkheid had leren dragen. Alertheid en aanpassen waren noodzakelijk geweest om conflicten te vermijden.
In plaats van de klachten te benaderen als uiting van een stoornis, werden deze begrepen als logisch gevolg van langdurige ervaren onveiligheid. De focus lag op het herkennen van de overlevingspatronen die ooit functioneel waren geweest, maar in het heden beperkend werkten. Het was nodig dat deze man zichzelf ging erkennen. Wat hij ervoer, was niet van hem, maar het gevolg van onveiligheid in zijn jeugdjaren. Hij kwam erachter dat zijn onderbewuste/lichaam/ systeem hem bleef waarschuwen voor naderend onheil, hoewel daar nu helemaal geen sprake meer van was.
Naarmate het onbewuste vertrouwen kreeg dat voortdurende waakzaamheid niet langer nodig was en er ook naar ging handelen, dus onlustgevoelens anders dan de onrust verdragen, nam de innerlijke onrust af.
Er ontstond ruimte voor meer keuzevrijheid, ontspanning en dus eigen regie. Wanneer het onbewuste bewijs geleverd ziet voor eigen regie, hoeft het niet langer 'te waarschuwen' en dus dooft het waarschuwingssignaal uit.
De veranderingen bleken duurzaam, zonder dat classificatie van een of meerdere stoornissen, noch aanvullende diagnostiek diagnostiek noodzakelijk waren om het probleem te duiden vanuit verklaren.
